Doelgroepinformatie
 Een dame op leeftijd vertelt over de onschatbare waarde die haar tuin voor haar heeft. ‘Als ik de tuin niet had’, zegt mevrouw terwijl ze de roodharige poes aait die kopjes geeft tegen haar been. ‘Mijn voeten geven niet meer mee en vanwege alle ongemak op straat, waaronder ongelijke tegels, kom ik niet meer toe aan wandelen op straat. De tuin rond mijn huis is mijn eigen wereld. Ik sta zo buiten en geniet elk moment van alles wat daar te beleven valt. Steeds is er iets anders, vogeltjes, kevertjes, bloemen en ook die lucht is soms zo mooi’. Enthousiast leidt ze ons door haar paradijs, behoedzaam en voorzichtig schuifelend achter de rollator over schoongeveegde zandpaden en over het gazon. ‘Beleving van de natuur heb ik als kind meegekregen, toen we met vader vaak buiten gingen fietsen. Door de landerijen en korenvelden met klaprozen en korenbloemen. Oorspronkelijk kom ik uit Amsterdam, maar de stad zou een ramp voor me zijn’. De tuin die door de jaren heen verschillende veranderingen heeft ondergaan, omvat oude coniferenpartijen, borders met vaste planten, een vijverhoek, grote gazons en een kruidenhoek met verhoogde border. Nu eens lopen we in de zon, dan weer in de schaduw onder de hoge bomen. ‘De natuur, het buiten zijn is voor mij van levensbelang. Elke dag ga ik naar buiten, al gaat dat steeds moeilijker en kost het me steeds meer energie’. Hoewel zij de 80 al ruim is gepasseerd en gehinderd wordt door een progressieve spierziekte, vertelt mevrouw met beperkt stemvolume, gedreven en levenslustig over haar beleving van de natuur en de tuin. ‘De tuin is m’n rustpunt, hier kom ik ondanks alle fysieke inspanning, tot rust. Ik kan dit niet missen, het beurt me op en geeft weer kracht als ik mentaal wat moeilijker zit. Elke dag doe ik hier mijn levensenergie op. Het is jammer dat ik zelf niets meer kan doen, dat kost me te veel kracht en energie en de kans dat ik val is groot. En als ik val, kan ik niet meer overeind komen. Toch wroet ik soms mijn rollator ergens tussen en probeer met een hand onkruid weg te trekken’. Het is duidelijk dat het niet meer actief kunnen tuinieren moeilijk valt te accepteren, maar ze berust erin. Daarentegen lukt gelukkig het overpotten van potplanten, zittend aan de tafel, haar nog wel. En dat doet ze dan ook nog zelf. ‘Ja, ik voel me met deze chronische aandoening echt gehandicapt, niet mentaal, maar fysiek. Ik vind het dan ook zo erg, dat ik niet meer even in mijn mobiel kan stappen om boodschappen te doen. Daar heb ik echt hulp bij nodig. Gauw even dit of snel even dat is er niet meer bij en dat vind ik erg. Maar naar een verzorgingshuis? Nee, verschrikkelijk! Dit hier is mijn leven: mijn tuin, de vijver, mijn poes en die van de buren die regelmatig op bezoek komt. Ik moet eruit kunnen, naar buiten om nieuwe energie op te doen, om tot rust te komen, mentaal. Dat zouden veel meer mensen moeten hebben, de gelegenheid om naar buiten te gaan, de tuin in - weer of geen weer. Dat doet een mens goed, ook als je oud bent. Het geeft niet alleen energie, je haalt er ook mooie oude herinneringen op. Dan zit ik een tijdje op mijn rollator, rust even uit en overdenk veel. Alles wat ik dan in de tuin ervaar, motiveert me om actief te blijven en daardoor blijft het zinvol. Als ik niet meer beweeg word ik stijf en dan kan ik heel snel niets meer. De tuin is voor mij van levensbelang, houdt me actief, houdt me in beweging, geeft me energie en afleiding’. 
|